'Fac ut ardeat cor meum in amando Christum Deum'

Samen kijken en luisteren naar Pergolesi's 'Stabat Mater'

Zaterdag 24 maart 2018, 20.00 uur
Studentenkerk Maranatha, Prof. Cobbenhagenlaan 19, Tilburg

26 jaar werd Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736). Afkomstig uit de Marken in Italië, kreeg hij zijn muzikale vorming op het 'Conservatorium' van Napels. Getroffen door tuberculosis, trekt hij zich terug in een klooster in Pozzuoli, alwaar hij van de Napolitaanse Aartsbroederschap van de Ridders van de Maagd van Smarten de opdracht krijgt een nieuw 'Stabat Mater' te schrijven - ter vervanging van een twintig jaar eerder door Scarlatti (!) geschreven 'Stabat Mater', dat de broederschap als 'gedateerd' beschouwde. In de laatste dagen van zijn leven schrijft Pergolesi dus muziek op de beroemde hymne van Jacopone da Todi (1230-1306) op het lijden van de Maagd Maria wanneer zij de kruisdood van haar Zoon meemaakt. "Francesco van Feo, een beroemd musicus die zeer van [Pergolesi] hield, kwam hem bezoeken en zag dat hij, te bed liggend, bezig was zijn compositie van het 'Stabat Mater' af te maken. Hij verweet hem streng dat zijn gezondheidstoestand een heel andere behandeling verdiende. Maar de arme jonge man antwoordde dat hij niet wilde sterven zonder het werk afgemaakt te hebben waarvoor hem reeds tien ducaten betaald waren: 'En misschien', voegde hij toe, 'is het zelfs geen tien cent waard'. Feo kwam een paar weken later terug en vond hem in sterk verslechterde toestand, zozeer dat hij nauwelijks van Pergolesi's stervende lippen kon begrijpen dat het 'Stabat Mater' af was en opgestuurd was. Een paar dagen later, op 16 maart 1736, blies Pergolesi zijn laatste adem uit".

Aan het begin van de Goede Week willen we samen kijken en luisteren naar dit hoogtepunt uit de Passiemuziek, in de beroemde uitvoering uit 2006 door Angharad Gruffydd Jones, Lawrence Zazzo en de Cambridge Soloists o.l.v. Timothy Brown.

De Nederlandse vertaling van de Latijnse tekst wordt geprojecteerd.

"Zal ik met mijn handen dan nooit gerechtigheid kunnen maken?"

De idealen van mei '68 in de chansons van Claudio Chieffo

Zaterdag 26 mei 2018, 20.00 uur
Studentenkerk Maranatha, Prof. Cobbenhagenlaan 19, Tilburg

Vijftig jaar geleden brak in Parijs de revolte uit: jongeren waren op zoek naar authenticiteit en verzetten zich tegen de burgerlijke, vastgeroeste samenleving waar ze zich in bevonden. Wat is er van die babyboomer-idealen terechtgekomen?
Claudio Chieffo (1945-2007) was zo'n echte babyboomer. Toen hij vijftien was, begon hij liedjes te schrijven. "Liefdesliedjes, noemde ik ze. Ze gingen allemaal zó: 'Ik kijk naar jou, jij kijkt naar mij, ik kijk naar jou' (in die tijd mocht je kijken, maar niet aanraken! Niet zoals nu...). 'Ik kijk naar jou, jij kijkt naar mij, we kijken naar elkaar...' In het beste geval liep het uit op een algemene scheelheid! Op zeker moment zei ik tegen mezelf: 'Hoe kun je zulke stomme dingen zingen?' En mijn antwoord was: 'Wel, als je een stom leven hebt, kun je niet anders dan stomme dingen zeggen, je kunt gewoon niet anders...' En dus was het probleem niet: andere dingen te zeggen, maar: een ander leven te krijgen!"
Een ontmoeting in 1962 bracht dat àndere leven waar Chieffo op wachtte. Een leven dat hem - anders dan de meeste - in staat stelde de ware idealen van de jaren zestig vol te houden tot zijn dood in 2007. Hij schreef 114 liedjes en gaf meer dan drieduizend concerten in heel de wereld. 'La strada' is misschien zijn bekendste chanson.
Op 29 mei willen we u kennis laten maken met deze grote chansonnier en zijn intuïties. Aangezien zijn teksten nog belangrijker zijn dan zijn melodieën, wordt de vertaling ervan geprojecteerd op een groot scherm. De liederen worden gezongen door Thérèse Peeters en Giuseppe De Mauro.
Eenieder die idealen (gehad) heeft, warm aanbevolen!


Presentatie van de Nederlandse uitgave van Luigi Giussani's 'Religieuze zintuig'

Door Willem kardinaal Eijk en Julián Carrón

Vrijdag 6 juli, 20.00 uur
Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht, grote aula

“Gedurende vele jaren hebben de teksten van don Giussani mijn reflectie geïnspireerd […] Het religieuze zintuig is geen boek dat uitsluitend gebruikt kan worden door wie deel uitmaakt van de beweging [Gemeenschap en Bevrijding], noch is het enkel voor christenen of gelovigen. Het is een boek voor alle mensen die hun eigen menszijn serieus nemen. Ik durf te stellen dat de vraag die we vandaag de dag allereerst aan de orde moeten stellen niet zozeer het probleem van God is – het bestaan van God, de kennis van God – maar het probleem van de mens, de kennis van de mens, en in de mens zelf de afdruk te vinden die God in hem gezet heeft, om hem te ontmoeten […]
Als een mens zijn fundamentele waaromvragen en het verlangen van zijn hart vergeten of gecensureerd heeft, dan zal elk spreken over God voor hem abstract en esoterisch zijn, hooguit een aanzet tot een devotie die het leven niet beïnvloedt. Men kan niet over God beginnen zonder eerst de as weg te blazen die de brandende sintels van die fundamentele waaromvragen verstikken. De eerste stap is gevoel te creëren voor die vragen, die verborgen en begraven liggen, die misschien lijden, maar die bestaan”.
En op 7 maart 2015 verklaarde hij, nu als paus: “Ik ben don Giussani dankbaar vanwege […] al het goede dat [hij] mij en mijn priesterleven gedaan heeft, middels de lezing van zijn boeken en artikelen. […] Zijn gedachten zijn diep menselijk en raken de intiemste hunkering van de mensheid”.

Eindelijk is er een Nederlandse editie van het belangrijkste boek van deze in 2005 overleden grote opvoeder. Kardinaal Simonis schreef een voorwoord.
De presentatie gebeurt door Willem kardinaal Eijk, aartsbisschop van Utrecht, en Julián Carrón pr., opvolger van don Giussani als leider van Gemeenschap en Bevrijding.